Algemene gebruiksaanwijzingen       hijsgereedschappen

Aanwijzingen vooraf:

 

· Voor ingebruikname de gebruikshandleiding lezen en in acht nemen;

· Gebruik van hijsgereedschappen alleen door bevoegde en voorgelichte personen;

· Alleen geschikte hijspunten gebruiken niet aan bindmiddelen van de verpakking hijsen;

· Gebruik onder chemische invloeden, bijv. zuren, logen en gassen is beperkt of verboden;

Controles:

Voor het eerste gebruik moet worden gecontroleerd dat:

· Het hijsgereedschap voldoet aan de bestelspecificatie;

· De CE-verklaring / het certificaat aanwezig is;

· De werklast en de merken overeenkomen met de CE-markering certificaat gegevens;

· Alle specificaties van het hijsgereedschap zijn ingevoerd in een centraal register

Voor elk gebruik moet worden gecontroleerd dat het hijsgereedschap:

· Een werklast heeft die geschikt is voor de beoogde toepassing;

· Geen beschadigingen of andere afkeurverschijnselen vertoont;

· Binnen de ervoor vastgelegde keuringsintervallen wordt gebruikt.

Voor het hijsen van de last moet worden gecontroleerd dat:

· Het hijsgereedschap niet wordt overbelast;

· Het hijsgereedschap niet is gedraaid of geknoopt;

· De lasthaak wordt belast in het draagpunt en niet op de punt;

· De lasthaak vrij beweegbaar en draaibaar is;

· Alle hij shaken zijn voorzien van veiligheidskleppen;

· De topschalm van het hijsgereedschap Vrij beweegbaar in de lasthaak is;

· De last vrij beweegbaar is;

· Indien 'gestropt' wordt aangeslagen de buitenhoek van het hijsgereedschap zich zonder probleem kan Instellen op < 60° buitenhoek;
Hijsgereedschappen die met de last in aanraking komen, moeten vooral bij scherpe hoeken worden beschermd.

Tijdens gebruik:

 

· Is de last gereed om te worden gehesen, dan dienen de hijsgereedschappen voorzichtig op Spanning te worden gebracht. Controleer nadat de last net los is van de ondergrond of de Hijsgereedschappen goed en veilig zijn aangeslagen en of de last horizontaal hangt;

· Dreigt de last te kantelen, dan moet deze worden neergezet en de hijsgereedschappen anders (Beter) worden aangeslagen;
Bij sterke versnellingen of vertragingen van de last kunnen grote dynamische krachten in de Hijsgereedschappen optreden (stoot- of schokbelasting);

· Om verwondingen aan handen en andere lichaamsdelen te voorkomen dient bij het hijsen Veilige afstand te worden gehouden van last en hijsgereedschappen.

Keuze:

De werklast van het hijsgereedschap mag niet door de massa van de aangehangen last worden overschreden.

De last moet altijd zo worden aangeslagen dat beschadiging van de last of het hijsgereedschap Wordt vermeden.

Zwaartepunt:

Lasten die worden gehesen dienen stil, stabiel en horizontaal te zijn opgehangen.

Om te voorkomen dat een last scheef gaat hangen of kantelt, dient op de volgende zaken te worden gelet: 

· Bij gebruik van een enkele of eindloze strop dient het hijspunt zich loodrecht boven het Zwaartepunt van de last te bevinden;

· Bij gebruik van een tweesprong moeten de hijspunten aan beide zijden en boven het Zwaartepunt liggen;

· Bij gebruik van een drie- of viersprong moeten de hijspunten gelijkmatig verdeeld worden én Boven het zwaartepunt liggen;

· Bij gebruik van meersprongen moeten de hijspunten en pootlengten zo zijn gekozen dat de Buitenhoeken van de parten kleiner zijn dan de buitenhoek waarvoor het hijsgereedschap is Bestemd;

· Bij voorkeur zijn alle buitenhoeken bij meersprongen gelijk, buitenhoeken groter dan 15° zijn Veiliger omdat de last dan stabieler hangt;

· De lasthaak waarin het hijsgereedschap is opgehangen dient zich boven het zwaartepunt Van de last te bevinden.

Manier van aanslaan:

Hijsgereedschappen kunnen op verschillende manieren aan de last worden aangeslagen:

Hijsogen:

Bij het direct aanslaan aan hijsogen moeten de haken goed passen, zodat het draagpunt of -vlak in de keel van de haak ligt. Het belasten van een haak op de punt is verboden.

Gestropt:

De strop of leng wordt om de last gevoerd en het ene eind door het oog van het andere eind gestoken. Bij het stroppen dient de werklast (WLL) met 20% te worden gereduceerd.

Als meerdere hijsgereedschappen worden gestropt om één last, moet erop worden gelet dat door het stroppen geen torsie op de last ontstaat. Er moet dus parallel worden gestropt. Ook dient te worden gecontroleerd dat de opening van elke strop zich tot een buitenhoek van 60° kan instellen.

Dubbel:

Het hijsgereedschap wordt hierbij onder de last doorgevoerd en met beide einden in de lasthaak gehangen. In het algemeen wordt deze wijze van aanslaan met 2 stroppen paarsgewijs uitgevoerd.

Deze methode is ongeschikt voor losse bundels.

Meersprongen:

Bij de berekening van meersprongen is er van uitgegaan dat alle parten worden gebruikt. In de praktijk komen ook situaties voor waarbij dit niet het geval is (bijv. Van een viersprong worden slechts twee parten gebruikt). De werklast moet in die gevallen worden gereduceerd.

De parten die niet worden gebruikt mogen niet los blijven hangen, omdat dit gevaar voor Ongewild vasthaken veroorzaakt. Door de niet gebruikte haken in de topschalm te hangen is dit gevaar te voorkomen.

Bij meersprongen moeten de haken steeds met de punt naar buiten wijzen.

Bij het gebruik van meersprongen (geheel of gedeeltelijk) speelt de symmetrie van de belasting een belangrijke rol.

· Als bij meersprongen de afzonderlijke parten onder verschillende buitenhoeken staan, treedt de grootste belasting op in het part met de kleinste buitenhoek- Is de buitenhoek van een part 0° dan hangt de gehele last in dat ene loodrechte part.

· Als bij meersprongen de last minder dan 80% van de werklast van het hijsgereedschap bedraagt en de buitenhoek kleiner is dan 15° bij 3- en 4- sprongen en de binnenhoeken onderling niet meer dan 15° Verschillen dan kan de belasting als symmetrisch worden beschouwd. Is aan één of meer van deze voorwaarden niet voldaan dan is de belasting als a-symmetrisch te beschouwen en moet de WLL met 50% worden gereduceerd.

Omgevingsinvloeden:

Temperatuur

De invloed van de omgevingstemperatuur is van belang indien het Hijsgereedschap hieraan zo lang wordt blootgesteld dat de temperatuur van het hijsgereedschap zelf hierdoor wordt beïnvloed. De hierna gegeven grenzen gelden daarom voor de temperatuur van het hijsgereedschap zelf:

Staalkabel

De temperatuurgrenzen voor staalkabel worden in belangrijke mate bepaald door het staalkabelvet. Bij normale vetting zijn staalkabels te gebruiken van -20° C tot + 100° C. Bij toepassing van speciale vetten kunnen deze grenzen iets worden verruimd.

Kunststof hijsbanden

Hijsbanden mogen niet buiten het temperatuurgebied van –40° C tot +100° C worden gebruikt. Natte hijsbanden die zijn bevroren mogen nooit worden gebruikt.


Kettingen

Voor kettingen worden de temperatuurgrenzen bepaald door het materiaal klasse. Bij overschrijding van die grenzen kan door reductie van de WLL nog met het kettingwerk worden gewerkt. Onderstaande tabel geeft de waarden voor de verschillende klassen.

Temperatuurgrenzen

Werklastpercentage per materiaalklasse

Minimum

(°C)

Maximum

(°C)

Klasse 2

(%)

Klasse 4

(%)

Klasse 5

(%)

Klasse 8

(%)

-40

-20

0

100

100

100

-20

-10

50

100

100

100

-10

0

75

100

100

100

0

100

100

100

100

100

100

150

75

100

100

100

150

200

50

100

100

100

200

250

30

100

75

90

250

300

0

100

50

90

300

400

0

75

50

75

400

475

0

50

0

0

475

hoger

0

0

0

0


Chemische invloeden:

De invloed van chemische stoffen in gasvorm of vloeibaar is op de diverse hijsgereedschappen zeer verschillend:

Staalkabels

Sterke zuren tasten het staaldraad aan en hebben daardoor veel invloed op de sterkte van de staalkabel. Zwakkere zuren en zouten veroorzaken een sterk corrosief milieu waardoor het onbeschermde draadmateriaal door corrosie zal worden aangetast. Door de draden te verzinken is de weerstand tegen corrosie te verbeteren.

Kunststof hijsbanden

De sterkte van polyester hijsbanden wordt aangetast door sterke zuren en logen. De sterkte van nylon hijsbanden wordt aangetast door geconcentreerde basen. Beide kunststoffen kunnen niet tegen cresol en fenolverbindingen.

Kettingen

Hijskettingen van klasse 8 mogen niet aan chemisch invloed worden blootgesteld. Zuren en basische dampen (logen) kunnen brosheid en scheurvorming veroorzaken. Hijskettingen mogen niet zonder toestemming van de fabrikant worden vuurverzinkt of een galvanische bewerking ondergaan.

Hijskettingen van de kwaliteitsklasse 4 kunnen bij chemische invloeden worden ingezet. Indien door de fabrikant geen nadere richtlijnen zijn gegeven gelden de volgende voorwaarden: reductie van de WLL met 50% direct na gebruik met schoon water afspoelen dagelijkse controle voorafgaand aan gebruik. Voor de toepassing van hijskettingen van klasse 2 en 5 bij chemische invloeden, is overleg met de fabrikant noodzakelijk.

Andere invloeden:

Combinaties van invloeden, zoals hoge temperatuur tezamen met chemische invloeden vragen extra aandacht. In die gevallen dient de fabrikant te worden geraadpleegd.

Opslag en onderhoud:

Hijsgereedschappen dienen na gebruik op een geschikte plaats te worden opgeslagen. Zij mogen niet op de vloer blijven liggen, om beschadigingen te voorkomen.

Opslag kan bij voorkeur door ze vrij van de grond op te hangen. De ruimte waarin zij worden opgeslagen dient goed geventileerd, droog en niet te warm te zijn.

Staalkabels, kettingen en andere stalen hijsgereedschappen
Dienen als zij voor langere tijd niet worden gebruikt tegen corrosie te worden beschermd.

Kunststof hijsbanden

Mogen niet voor lagere tijd aan zonlicht worden blootgesteld.

Hijsgereedschappen die door gebruik sterk zijn vervuild, met stoffen die schade kunnen veroorzaken aan het gereedschap, dienen voor hergebruik te worden gereinigd.

Staalkabels, kettingen en andere stalen hijsgereedschappen

Bij verontreiniging met sterk slijtage verhogende stoffen (zand, borax e.d) of agressieve Chemische stoffen (zuren e.d.) Dienen deze met zoet water te worden afgespoeld. Zo nodig dienen zij daarna opnieuw tegen corrosie te worden beschermd.

Hijsbanden

Sterk slijtage verhogende stoffen, zoals zand en cement die tussen de vezels zijn gedrongen, Kunnen vaak moeizaam worden verwijderd. Is grondige reiniging niet mogelijk dan moeten de banden worden afgekeurd.

Alle hijsgereedschappen dienen regelmatig (tenminste 1 x per jaar) door een deskundige te Worden geïnspecteerd. Afhankelijk van de aard van het gebruik (ruwheid of intensiteit) moet deze periode worden verkort.

Als bij een gebruiker twijfel bestaat t.a.v. De gebruikstoestand van een hijsgereedschap dan dient dit buiten gebruik te worden gesteld en aan een keuring (beproeving) door een deskundige te worden onderworpen.

Afkeurcriteria:

Hijsgereedschappen die één of meerdere van de volgende gebreken vertonen dienen direct te worden afgekeurd:

· Aanduiding van identiteit zoals WLL, materiaalkwaliteit en fabrikant, niet (meer) aanwezig

· Blijvende vervorming van enig onderdeel, plastische vervorming van de oorspronkelijke vorm veroorzaakt ontoelaatbare vemindering van de materiaalsterkte;

· Slijtage met als gevolg een vermindering van de diameter of dikte van 10% of meer;

· Bij kettingwerk en andere stalen hijsgereedschappen: uitwendige beschadigingen zoals kerven, inkepingen, groeven, scheuren of barsten, overmatige roestvertoning en verkleuring door warmte;

· Bij staalkabels: uitwendige beschadigingen zoals draadbreuken, strengbreuk, overmatige roestvorming en vervorming waarbij de kabelkern niet meer zijn centrale positie in de kabel inneemt;

· Bij hijsbanden.- Uitwendige beschadigingen zoals insnijdingen, kantbeschadigingen met als gevolg een vermindering van de bandbreedte van 10% of meer. Daarnaast kapotte dragende stiksels, chemische aantasting, inbrandingen door lasspetters en warmteschade


In geval van twijfel dient te allen tijde het hijsgereedschap buiten bedrijf te worden gesteld en aan een deskundige ter keuring worden aangeboden.

Reparatie:

Reparaties aan hijsgereedschappen mogen alleen door deskundigen worden uitgevoerd.

Elk vervangend onderdeel moet voldoen aan de betreffende Europese norm of aan de geldende Nederlandse norm.

Als een vervormd onderdeel van een samenstel moet worden vervangen dient rekening te worden gehouden met mogelijke overbelasting van het gehele samenstel. Vervanging van het gehele part, waarvan het vervormde onderdeel deel uit maakt, is dan op zijn minst noodzakelijk.

Kettingwerk en andere stalen hijsgereedschappen

Laswerkzaamheden aan kettingwerk en hijsgereedschappen is alleen toegestaan aan deskundigen, die daartoe door de fabrikant zijn gemachtigd. Zij moeten in staat zijn het kettingwerk of hijsgereedschap een geëigende warmtebehandeling te laten ondergaan. Kettingwerk en stalen hijsgereedschappen dienen na reparatie te worden herbeproefd.

Staalkabels en rondstroppen

Aan deze onderdelen kan niet worden gerepareerd. Beschadigingen van de hoes bij Polyesterrond-stroppen kunnen hooguit worden afgedekt door een los hoesje nadat geconstateerd is dat er geen garens zijn beschadigd.